5 feb

Onderzoek laat zien dat onze aanpak van meisjesbesnijdenis werkt

Hoe verander je een traditioneel gebruik dat diepgeworteld, maar heel schadelijk is voor de gezondheid van de kinderen die ermee te maken hebben? Veranderdeskundige Ernst Graamans onderzocht de manier waarop Amref Flying Doctors meisjesbesnijdenis bij de Masai in Kenia tegengaat.

Amref Flying Doctors werkt sinds 2007 bij nomadische gemeenschappen in Kenia aan de afschaffing van meisjesbesnijdenis, een belangrijk ritueel dat de overgang van meisje naar vrouw markeert. Daarbij zet Amref voorlichting en bewustwording in, terwijl ook een alternatief ritueel een belangrijke rol speelt. Dit laatste is overigens in samenwerking met de Masai-gemeenschap ontwikkeld. Ernst Graamans, veranderdeskundige en senior onderzoeker bij Ten Have Change Management, deed onderzoek naar deze aanpak. Hij dompelde zich onder in het leven van de Masai en hield zich daarnaast bezig met uitgebreid bronnenonderzoek. Dit leverde bijzondere resultaten op. Amref kan hiermee het programma tegen meisjesbesnijdenis nog sterker maken en andere organisaties die ook op dit terrein bezig zijn, verder helpen. <Lees verder onder de foto>

Denkbeelden over meisjesbesnijdenis

Graamans: “Meisjesbesnijdenis is een schending van de mensenrechten en het is slecht voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de meisjes. Datzelfde geldt voor de kindhuwelijken die samengaan met deze praktijk. Dat was uitgangspunt in het onderzoek, ik heb dat op geen enkele manier ter discussie gesteld.” Toch sprak hij Masai die daar anders over dachten en die fervent voorstander waren van het voortzetten van dit ritueel. “Ik heb geprobeerd om zoveel mogelijk zonder oordeel de gesprekken te voeren en om me te verplaatsen in de mensen die ik sprak.” Het doel van de interviews was om in kaart te brengen welke denkbeelden er in de gemeenschappen leven over zowel meisjesbesnijdenis als het alternatieve ritueel dat Amref Flying Doctors en de Masai samen hebben ontwikkeld.

Open gesprekken

Graamans reisde eind 2016 naar Kenia en interviewde daar 94 mensen – jong en oud, vrouwen en mannen, activisten tegen meisjesbesnijdenis en hoeders van de traditionele cultuur. Soms had hij daarbij de hulp van een tolk, met andere mensen kon hij rechtstreeks in het Engels spreken. Hij bezocht drie locaties bij Masai- en Samburu-gemeenschappen. Bij elk daarvan bevond het veranderingsproces rondom meisjesbesnijdenis zich in een verschillend stadium. “Veel van de mensen met wie ik sprak waren heel open, terwijl we het toch over intieme zaken hadden, zoals seksualiteit,” vertelt Graamans. Hij spande zich in om het vertrouwen van zijn gesprekspartners te winnen. Zo logeerde hij niet alleen bij verschillende families, maar trok hij ook intensief op met jonge Masai-krijgers, de zogenaamde morans. “Ik leefde een aantal dagen in hun kraal. We aten samen, waren samen in de bush en spraken uitgebreid met elkaar.”

Taal, gevoelens, handelen

Op deze manier kreeg hij een uniek inzicht in de opvattingen over meisjesbesnijdenis in de nomadische gemeenschappen. De taal die daarbij wordt gebruikt is essentieel in zijn onderzoek. Hoe mensen praten over bepaalde zaken, met alle associaties en onderliggende emoties, is verbonden met de groep waartoe ze behoren. Taal is daarmee dus een uiting van het groepsgevoel en geeft tegelijk vorm aan iemands handelen. De wetenschappelijke term daarvoor is ‘discours’. Graamans: “Het gaat bij elk discours dus om taal, gevoel en handelen. Ik heb verschillende soorten discoursen gevonden die rondom meisjesbesnijdenis worden gebruikt. Het overzicht van die discoursen kan Amref helpen om hun aanpak nog effectiever te maken.” Hij legt uit dat iedereen uit verschillende discoursen kan putten. Amref werkt voornamelijk vanuit een medisch discours en het discours van vooruitgang en ontwikkeling, ofwel de moderniteit. Als de organisatie daar star aan zou vasthouden, zou het programma tegen meisjesbesnijdenis niet veel weerklank vinden in de gemeenschappen. Daar gelden immers soms heel afwijkende discoursen. Juist omdat dit programma aansluit bij andere denkbeelden, is het zo succesvol.

Pijn hoort erbij

“Mensen die vanuit het discours van de moderniteit spreken, hebben de overtuiging dat meisjesbesnijdenis slecht is. Het is immers schadelijk voor de meisjes in kwestie en het gaat in tegen de mensenrechten. Er tegenover staat het traditionele – en zeer belangrijke discours – van de krijgers en herders, die vinden dat meisjes besneden behoren te worden. Als dat niet gebeurt, heeft dat ernstige gevolgen. Als een onbesneden vrouw van een kind bevalt, gelooft men dat dit tot sterfgevallen onder de jongens van de gemeenschap kan leiden. En terwijl men binnen het moderne discours de pijn van de besnijdenis vreselijk vindt, zien de traditionele Masai pijn juist als iets dat erbij hoort. Een echte Masai – man of vrouw – behoort pijn te kunnen verdragen. Met het argument dat besnijdenis pijn doet, overtuig je hen dus niet.“ Ook sommige abstracte ideeën over gendergelijkheid zullen niet altijd even gemakkelijk bij de krijgers aanslaan. Maar er is een cruciaal element binnen het Amref-programma dat juist wel goed aansluit bij het discours van de krijgers en herders. Amref heeft het alternatieve ritueel en de andere activiteiten tegen meisjesbesnijdenis ontwikkeld in intensieve samenwerking met de Masai-gemeenschappen zelf. Dat is heel belangrijk voor bijvoorbeeld de dorpsoudsten en leiders, die zichzelf als hoeders van de traditionele Masai-cultuur zien. Als de nieuwe praktijk uit de oude tradities voortkomt, is deze daarmee makkelijker te accepteren.

Bruidsschat

Graamans onderscheidt naast de drie al genoemde, nog vier discoursen. Amref sluit al aan bij een daarvan, het economische discours, stelt hij. Het economische discours werkt twee kanten op: als een dochter trouwt, krijgt de vader namelijk een bruidsschat. In deze nomadische gemeenschap kan het bezit van een aantal extra koeien ook een belangrijk motief zijn om meisjes te laten besnijden en op die manier op een jonge leeftijd beschikbaar te maken voor de huwelijksmarkt. Amref benadrukt echter dat het juist economisch voordelig is om dochters niet te laten besnijden en te laten doorleren. Een meisje met een opleiding kan immers een baan vinden en op die manier geld inbrengen voor haar familie en van betekenis zijn voor de gemeenschap in zijn geheel.

Liefde

Het discours over liefde en intimiteit neemt in het onderzoek van Graamans een belangrijke plek in. “Hier liggen nog kansen voor Amref”, betoogt hij. In zijn gesprekken met de Masai merkte hij dat liefde een belangrijke emotie voor hen is. Tussen ouders en kinderen, tussen familieleden en geliefden. Hij vertelt over een man die enorm veel verdriet heeft over het feit dat zijn dochter is weggelopen omdat zij niet besneden wilde worden. En over liefdesverdriet bij jonge vrouwen en mannen die voordat de meisjes besneden waren vrij met elkaar mochten omgaan. Maar na de besnijdenis werden de meisjes uitgehuwelijkt en werden jonge romances in de kiem gesmoord. “Dit kunnen argumenten zijn tegen meisjesbesnijdenis, hier kan Amref in haar programma nog veel meer gebruik van maken.”

Geheime praktijk

Als er één ding opnieuw duidelijk is geworden tijdens het onderzoek, dan is het wel hoe complex en gevoelig het onderwerp meisjesbesnijdenis is. De Keniaanse overheid heeft de praktijk sinds 2011 verboden en daardoor gaat het ritueel nu soms ‘ondergronds’ , zag Graamans. “Vroeger was er rondom de besnijdenissen een grote publieke ceremonie, nu gebeurt het in een aantal gevallen in het geheim – ’s nachts, zonder bijbehorende ceremonie.” Ook is de status van het alternatieve ritueel binnen het Amref-programma niet gelijk aan die van de echte besnijdenis. “De besnijdenis markeert de overgang van kind naar volwassenen. Maar de meisjes die het alternatieve ritueel hebben ondergaan worden vaak toch nog niet gezien als vrouw. Hun kindertijd wordt als het ware verlengd door dit ritueel, wat het gevaar in zich draagt dat zij op een later moment alsnog worden besneden. Dat betekent dat er in deze nieuwe situatie aandacht moet zijn voor wat het betekent om vrouw te zijn, en daarmee samenhangend, wat het betekent om man te zijn. Amref is daar dan ook nu al mee bezig.”

Verandering is mogelijk

Maar, benadrukt hij, tegelijk is de verandering in de Masai-gemeenschap onmiskenbaar gaande. “Soms zie je die verandering belichaamd in één persoon, zoals bij een man die ik sprak. Hij was uitgesproken voorstander van meisjesbesnijdenis, maar kwam tijdens ons gesprek zelf met argumenten waarom dit ritueel zou moeten worden afgeschaft.” Leden van de Masai-gemeenschap hebben zelf al heel veel in beweging gezet, daarbij gesteund door Amref Flying Doctors. Het doel is dat meisjesbesnijdenis in 2030 is uitgebannen. Graamans: “Dat is een ambitieuze doelstelling, gezien de complexiteit en de hardnekkigheid. Maar als de huidige aanpak, samen met de gemeenschappen zelf, flink opgeschaald wordt, is het zeker mogelijk.”